Als u studeert aan een gesubsidieerde Nederlandse hogeschool (HBO) of universiteit (WO), betaalt u het 'wettelijk collegegeld' (een door de Rijksoverheid vastgesteld tarief, ruwweg €2.500 per jaar). Studeert u aan een particuliere instelling, of volgt u een tweede bachelor/master? Dan betaalt u het 'instellingscollegegeld', wat vaak 3 tot wel 5 keer zo hoog is.
Voor velen is het de grootste uitgavenpost op de begroting in de Studenten Gids. In Nederland mag onderwijsinstellingen echter niet onbeperkt winst maken op hun bachelor en masteropleidingen. Het Rijk verstrekt miljardensubsidies aan de instellingen, zodat zij de opleiding tegen een vast "wettelijk" tarief kunnen aanbieden aan studenten.
1. Wettelijk versus Instellingscollegegeld
Het verschil in kosten is enorm. Waar valt u onder?
Het Wettelijk Collegegeld
U heeft recht op dit gesubsidieerde bodemtarief (jaarlijks geïndexeerd rond de €2.500,-) als u aan drie eisen voldoet:
- Nationaliteit: U bent Nederlander (of valt binnen de EU/EER-regels).
- Bekostigde Instelling: Uw Hogeschool of Universiteit is door de overheid erkend en gesubsidieerd (dit geldt voor vrijwel alle grote universiteiten).
- Eerste Studie: U heeft nog niet eerder een diploma behaald voor dat niveau in Nederland. Voor uw allereerste bachelor en allereerste master, betaalt u dus altijd het lage tarief.
Het Instellingscollegegeld
Voldoet u niet aan de bovenstaande drie eisen? Dan moet de onderwijsinstelling het onderwijs bekostigen zonder staatssubsidie. De instelling mag zelf (vrijwel onbeperkt) bepalen hoe hoog de rekening is. Dit komt met name voor bij particuliere onderwijsinstellingen (Nyenrode, Tio) of bij studenten die besluiten een tweede master te gaan doen (bedragen van €10.000 tot €20.000 per jaar zijn niet ongebruikelijk).
2. Hoe betaalt u de rekening?
Aan het einde van de zomer, tijdens uw inschrijving via Studielink, moet u een betaalmethode kiezen.
U kiest meestal voor een incassomachtiging voor de onderwijsinstelling:
- Betaling ineens: Het gehele bedrag wordt eind augustus / begin september afgeschreven.
- Betaling in termijnen: Het bedrag wordt in bijvoorbeeld 5 (om de maand) of 10 termijnen afgeschreven. Hiervoor worden wel tientallen euro's aan administratiekosten gerekend.
Zolang de incasso loopt, blijft u ingeschreven. Kan de school het geld herhaaldelijk niet afschrijven? Dan kunt u (na waarschuwingen) worden uitgeschreven, en wordt direct uw Studenten OV en uw Studiefinanciering door DUO geblokkeerd!
3. Het DUO Collegegeldkrediet
Heeft u het geld zelf (of via ouders) niet beschikbaar? Het is niet nodig om hiervoor een private lening met torenhoge rentes af te sluiten.
De Nederlandse overheid biedt via DUO het zogeheten Collegegeldkrediet aan.
- Dit is een lening die (vaak qua maandbedrag) precies gelijkstaat aan 1/12e van uw collegegeldtarief.
- Elke maand wordt dit bedrag samen met uw reguliere beurs op uw bankrekening gestort, waarna de school of universiteit het vervolgens weer via hun incasso afschrijft.
- Heeft u te maken met het duren instellingscollegegeld? Ook dan mag u maximaal tot dat hoge bedrag (bijv. €1.000 per maand) bijlenen via dit krediet. (DUO controleert hiervoor bij de onderwijsinstelling de hoogte van uw rekening).
Belangrijk: het collegegeldkrediet is een 'gewone' schuld, geen beurs. U betaalt hier dezelfde maandelijkse rente over als over een reguliere DUO-lening. Dit wordt dus nooit een gift, óók niet als u netjes uw diploma haalt.
Wilt u weten of deze extra schuld, net als bij het afsluiten van hypotheken in uw Toeslagen en werkzame leven in de weg kan zitten? Dat bespreken we als we het later in dit dossier gaan hebben over het aflossen van uw studielening.
Rekenvoorbeeld: De Kosten van een Tweede Bachelor
Stel dat Eva in juni haar Bacheloropleiding Communicatiewetenschap aan een bekostigde universiteit afrondt en haar diploma behaalt. In september wil zij direct starten met een tweede Bacheloropleiding: Rechtsgeleerdheid aan dezelfde universiteit:
- Situatie 1 (Eva start na het behalen van haar diploma): Omdat Eva al in het bezit is van een bachelordiploma, vervalt haar recht op het wettelijk collegegeld voor een tweede bachelor. De universiteit berekent voor de nieuwe studie een instellingscollegegeld van € 9.800,- per jaar. Eva betaalt dus € 9.800,- per jaar.
- Situatie 2 (Eva start de tweede studie vóór het behalen van haar eerste diploma): Als Eva in haar derde jaar van haar eerste studie alvast start met vakken van Rechtsgeleerdheid (en zich dus voor beide studies tegelijk inschrijft) en pas daarna haar eerste diploma ophaalt, mag zij de tweede studie Rechtsgeleerdheid afmaken tegen het lage wettelijke collegegeldtarief van circa € 2.500,- per jaar.
- De uitkomst: Door een overlap te plannen in haar inschrijvingen, kan Eva € 7.300,- per jaar aan instellingscollegegeld besparen.